Het is ons uitgestelde loon!

De Pensioenpremies gaan stijgen, en de pensioenopbouw gaat dalen.


Voor miljoenen werknemers en duizenden werkgevers gaan dit jaar de kosten voor pensioen omhoog.
De belangrijkste redenen zijn de lage rente en lagere verwachte rendementen.
Premieverhogingen van 10% zijn geen uitzondering.
Een oproep van minister Wouter Koolmees om de premies stabiel te houden heeft weinig effect gehad.
Niet eerder stegen de kosten voor pensioen zo hard als dit jaar. Dat blijkt uit het jaarlijkse onderzoek van het FD en PensioenPro naar de premies van pensioenfondsen. Stijgingen van de pensioenpremie met 10% of meer zijn geen uitzondering. Bovendien krijgen werknemers bij veel fondsen voor hun premie ook nog eens minder pensioen. Boosdoeners zijn de lage rente en lagere verwachte rendementen.

'Dit hebben we nog niet eerder gezien. Je ziet gigantische ingrepen', zegt Jeroen Koopmans, partner bij pensioenadviseur LCP. Bij 39 van de 44 bedrijfstakpensioenfondsen in Nederland is pensioen dit jaar duurder geworden: de premie stijgt, deelnemers krijgen minder pensioenopbouw, of allebei. Dat raakt circa vijf miljoen werkende Nederlanders.

Loonruimte
'Pensioen is nu wel heel duur betaald', zegt Martijn Vos, directeur van pensioenadviseur Ortec Finance. Met premies bij de meeste fondsen van 25% tot 30% werkt een Nederlander volgens hem niet langer een dag in de week voor het pensioen, maar anderhalve dag. Vijf jaar terug lag de premie nog meestal rond de 20%.

Een hogere premie betekent een lager nettoloon als de werknemer het betaalt, of minder ruimte voor loonstijgingen wanneer de werkgever dat doet, waarschuwt werkgeversvereniging AWVN. 'Het komt uit de lengte of de breedte', aldus een woordvoerder. Door de coronacrisis is de gemiddelde loonstijging in cao's het afgelopen jaar al afgenomen van 3% naar 1,7%.


Bij de uitwerking van het pensioenakkoord deden sociale partners en minister Wouter Koolmees van Sociale Zaken vorige zomer nog een oproep aan pensioenfondsen om de prijs van pensioen dit jaar 'zo veel mogelijk' gelijk te houden. Dat is duidelijk niet gelukt. Maar op basis van de huidige wetgeving hadden fondsen geen keus. 'We kunnen niet anders, tenzij de minister de regels verder versoepelt', waarschuwde voorzitter Henk van der Kolk van pensioenfonds Detailhandel vorig jaar. Maar die versoepeling kwam niet en Detailhandel heeft de premie verhoogd en opbouw verlaagd (ieder met 10%).

Lage rente
De stijging van de premie is bij het pensioenfonds Kappers het grootst, de sector gaat ruim een derde meer betalen. Bij pensioenfonds PGB stijgt de premie, zoals het fonds een jaar geleden al waarschuwde, met 17% naar 28% van het deel van het salaris waarover je pensioen opbouwt. Maar ook in de zorg (+12%) stijgt de premie fors. Voor supermarkten en hun medewerkers stijgt de premie van het pensioenfonds Levensmiddelen naar 27%, een plus van een derde. Werkgever en werknemer zijn daardoor honderden euro's meer kwijt.

De golf aan premiestijgingen is te wijten aan de sterk gedaalde rente. Ook moeten fondsen rekenen met de aanname dat hun beleggingen minder gaan opleveren. Om de pensioenen op peil te houden is dan meer premie nodig. Als fondsen de premie niet laten stijgen maar wel hoge pensioenen blijven beloven, gaat hun dekkingsgraad omlaag en neemt de kans op pensioenverlagingen toe. Om dat gevaar helemaal af te wenden zijn eigenlijk nog grotere premiestijgingen nodig dan die van dit jaar, maar dat is in de meeste sectoren niet meer op te brengen.

Miljoenen werknemers en miljarden premie
De pensioenpremie is na het loon de belangrijkste en duurste arbeidsvoorwaarde: in 2019 — de meeste recente cijfers — betaalden werkgevers en werknemers al €35 mrd aan pensioenfondsen. Bedrijfstakpensioenfondsen waarbij de meeste Nederlandse bedrijven en hun werknemers zijn aangesloten maken aan het eind van het jaar hun premie bekend. Die hangt af van rendementen, rente en de hoeveel pensioen er wordt beloofd (de opbouw). Ondernemingspensioenfondsen — waar circa een miljoen werknemers pensioen opbouwen — maken hun premie meestal later pas bekend of delen die niet met de buitenwereld. Maar ook daar wordt pensioen duurder: de premie stijgt of de opbouw gaat omlaag. Er zijn ook pensioenregelingen, zoals bij bij premiepensioeninstellingen en verzekeraars, waar de premie vastligt, maar de hoogte van het pensioen is dan onzekerder. In het nieuwe pensioenstelsel moet dit ook voor alle pensioenfondsen gaan gelden.
Fondsen en sociale partners proberen de gevolgen van het dure pensioen voor de begroting van werkgevers en de portemonnee van werknemers te beperken door te kiezen voor een lagere opbouw, in plaats van (of naast) een hogere premie. Van de 44 fondsen doen dit jaar er 29 dat. Maar een lagere opbouw legt de gestegen rekening vooral bij de werknemer neer, er wordt immers minder pensioen beloofd. Bij een stijging van de premie dragen werkgever en werknemer allebei bij, meestal betaalt de werknemer een derde en de werkgever twee derde.

Bij Levensmiddelen, waar ook een korting op de pensioenen dreigt, stijgt de premie fors én daalt de opbouw met 15%. Vergelijk het met een pak wasmiddel waarvan de prijs stijgt en er tegelijkertijd minder in het pak zit. De zorgverzekeraars en hun personeel gaan iets minder premie betalen, de opbouw van het pensioen van de werknemer gaat echter bijna door de helft. 'Deze wijzigingen in de arbeidsvoorwaarden zijn echt ongekend', zegt Koopmans van LCP.


Werkgevers in de schoonmaakbranche vragen zich hardop af of meedoen aan een pensioenfonds voor hun personeel op deze manier nog wel de moeite waard is. Als het pensioen van een schoonmaker vorig jaar met €100 aangroeide, dan is dat dit jaar nog maar €70, voor een hogere premie. Er ligt nu een afspraak voor 2021 tussen sociale partners en fonds in de schoonmaakbranche, maar wat er vanaf volgend jaar gebeurt is nog niet duidelijk. Dat zal ook afhangen van de uitvoering van het pensioenakkoord.

In meer sectoren is dit keer geen langer lopende afspraak over de premie en de opbouw gemaakt. Sociale partners willen hun handen vrijhouden. Bijvoorbeeld om snel over te stappen naar een nieuw pensioencontract als de Tweede Kamer — zoals afgesproken in het pensioenakkoord — dit jaar instemt met de invoering van een nieuw pensioenstelsel. AWVN verwacht een versnelling van de trend onder werkgevers om over te stappen naar pensioenregelingen waar zij minder risico lopen op premiestijgingen (zie kader).

Joker
In harde euro's worden de gevolgen van de stijging van de pensioenpremie bij acht fondsen, zoals drie van de grote stijgers - de metaalfondsen PMT en PME en pensioenfonds Vervoer - verzacht doordat werkgevers daar vanaf dit jaar geen premie meer hoeven te betalen voor de VPL. Dat is een overgangsregeling voor oudere werknemers bij de afschaffing van het VUT-pensioen. In de bouw maakt dit de premiestijging zelfs meer dan goed, maar bij Levensmiddelen nauwelijks.

Maar deze joker kun je maar één keer inzetten, waarschuwt Martijn Vos van Ortec Finance. 'De vrijvallende VPL-premie was soms ook bedoeld om het pensioengat te repareren dat veertigers en vijftigers oplopen bij de overstap naar het nieuwe pensioenstelsel. Dat kan niet meer als het wordt gebruikt om de gewone pensioenopbouw te betalen.'

Originele link van het artikel:

Klik op de afbeelding voor het vergroten van de afbeelding.

  • De 5 grootste dalingen opbouw
    De 5 grootste dalingen opbouw

 Klik op de afbeelding voor het vergroten van de afbeelding.

  • Deelnemers pensioenfondsen leggen meer in minder pensioen
    Deelnemers pensioenfondsen leggen meer in minder pensioen

 

Originele link van het F.D. artikel: