Het is ons uitgestelde loon!


Ons pensioenstelsel is opnieuw beste ter wereld, maar veranderingen zijn ‘noodzakelijk’


Het Nederlandse pensioenstelsel wordt voor het derde jaar op rij beoordeeld als beste ter wereld. Dat blijkt uit de Global Pension Index die adviesbureau Mercer en CFA Institute elk jaar uitbrengen, maar ondanks die klassificatie gaat het stelsel toch op de schop. ‘Noodzakelijk voor het vertrouwen in ons pensioenstelsel’, klinkt het. 

In de Global Pension Index worden de pensioenstelsels van bijna veertig landen getoetst op toereikendheid, toekomstbestendigheid en integriteit. Denemarken komt voor de derde keer op rij op de tweede plaats. Alleen Nederland en Denemarken verkrijgen de A-status met hun pensioenstelsel.

Hoewel Nederland al jaren het beste pensioenstelsel ter wereld heeft, zal het pensioenstelsel de komende jaren flink gaan veranderen door het Pensioenakkoord. Om het vertrouwen in het Nederlandse pensioenstelsel in de toekomst te behouden is het noodzakelijk aanpassingen te verrichten.

Negatieve effecten

Het beste pensioen­stel­sel veranderen klinkt tegenstrij­dig

Marc Heemskerk, Mercer Nederland

Lagere beleggingsopbrengsten en hogere staatsschulden als gevolg van de coronacrisis leiden wereldwijd tot negatieve effecten op de voorziening van toekomstige pensioenen. In combinatie met de stijgende levensverwachting en toenemende druk op middelen om het welzijn van de vergrijzende bevolking te ondersteunen, zorgt Covid-19 voor nog meer pensioenonzekerheid.

,,Ook vóór Covid-19 stonden pensioenstelsels wereldwijd onder toenemende druk om de pensioenuitkeringen te behouden, daarom is in Nederland het Pensioenakkoord opgesteld’’, stelt Marc Heemskerk, pensioenexpert bij Mercer Nederland. ,,Het klinkt tegenstrijdig dat we het beste pensioenstelsel ter wereld gaan veranderen, maar het is noodzakelijk voor het vertrouwen in ons pensioenstelsel.”

Pensioenverlaging

De twee grootste Nederlandse pensioenfondsen, ABP en PFZW, vrezen dat ze de pensioenen volgend jaar moeten verlagen. Hun financiële positie, die eerder dit jaar een flinke klap kreeg door de coronacrisis, is nog steeds niet voldoende hersteld.

,,Zoals het er nu voor staat, is de kans op pensioenverlaging voor volgend jaar reëel. Bij de huidige stand zou dat voor een gemiddeld ABP-pensioen van 700 euro netto ongeveer 15 euro netto per maand zijn”, laat ABP-voorzitter Corien Wortmann-Kool weten in het kwartaalbericht van het ambtenarenfonds.

Dekkingsgraad laag

Dit laatste kwartaal van het jaar is ongekend onzeker

Peter Borgdorff, PFZW-directeur

ABP wist afgelopen kwartaal met zijn beleggingen wel een positief rendement te behalen, maar de zogeheten dekkingsgraad bleef steken op dik 88 procent. Dat betekent dat ABP voor elke euro aan toekomstige pensioenverplichtingen slechts zo’n 88 cent in kas had. Ook bij PFZW eindigde de graadmeter, met 88,5 procent, onder de tijdelijk versoepelde minimumgrens van de overheid. Die staat op 90 procent. Als de dekkingsgraad van een fonds daar eind van dit jaar onder blijft, moet er gekort worden.

PFZW-directeur Peter Borgdorff houdt vanwege de aanhoudend dalende rente ‘serieus rekening’ met kortingen bij het zorgfonds, zo geeft hij aan. Daarbij zal de pensioenpremie waarschijnlijk omhoog moeten. Borgdorff zegt dat het spannend wordt wat er in de beslissende laatste maanden nog gaat gebeuren op de financiële markten. ,,Want dit laatste kwartaal van het jaar is ongekend onzeker, met niet alleen een opleving van het coronavirus, maar ook vanwege de aanstaande presidentsverkiezingen in de Verenigde Staten.”

De grote metaalfondsen PMT en PME staan er inmiddels iets beter voor. Hun dekkingsgraden zijn gestegen tot respectievelijk ruim 92 en bijna 94 procent. ,,Toch blijft er een kans dat deze voor het eind van het jaar wegzakt onder de 90 procent en dat we de pensioenen volgend jaar moeten verlagen”, waarschuwt PME-bestuurder Eric Uijen. ,,We houden rekening met instabiele financiële markten.” Van de grote fondsen staat eigenlijk alleen bpfBOUW er redelijk voor met een score van ruim 107 procent.