Het is ons uitgestelde loon!

Adviescollege: 'ernstige tekortkomingen'

In onderbouwing nieuwe pensioenwet.


Het Wetsvoorstel toekomst pensioenen moet in de huidige vorm niet naar de Tweede Kamer, vindt het Adviescollege Toetsing Regeldruk (ATR). De doelen zijn te weinig concreet, alternatieven zijn niet uitgewerkt, de begrijpelijkheid schiet tekort en monitoring ontbreekt.

  • Sloopmuurtje
    Sloopmuurtje

Dat staat in het advies van het ATR over dit wetsvoorstel. Het ATR is een adviesorgaan van regering en parlement, opgericht in 2017 als opvolger van het sinds 2000 bestaande Actal. De overheid heeft deze organisaties in het leven geroepen, met als doel om structureel aandacht te besteden aan regeldruk en administratieve lasten van wet- en regelgeving.

Het college adviseert negatief over het wetsvoorstel: vanwege ‘ernstige tekortkomingen’ in de onderbouwing moet het niet worden ingediend, tenzij het ministerie van Sociale Zaken het aanpast op basis van de ATR-aanbevelingen.

Begrijpelijkheid

 

Lees ook

Hoogleraren: ‘Bezwaarrecht tegen invaren voorkomt maatschappelijk verzet’

 

 

Een ‘belangrijke tekortkoming’ is de begrijpelijkheid en transparantie van het nieuwe stelsel, schrijft de commissie – terwijl die zaken juist een doel van de hervorming waren. De vele in te voeren beschermings-, risico- en beheersinstrumenten maken het nieuwe stelsel ingewikkeld voor bedrijven en burgers. Dat is ‘ernstig’, omdat van diezelfde bedrijven en burgers keuzes worden verwacht bij de transitie, aldus het ATR.

Het adviescollege betwijfelt of ondernemingsraden, personeelsvertegenwoordigingen en verenigingen van gepensioneerden staat zullen zijn om bij de transitie respectievelijk het instemmings- en hoorrecht uit te oefenen dat de wet ze toekent. Het college adviseert dat nader te onderzoeken.

Als het antwoord ‘nee’ blijkt, dan adviseert het ATR om deze collectieven de mogelijkheid te geven om kosteloos onafhankelijke advies in te winnen. ‘Dit kan het vertrouwen in het nieuwe stelsel ten goede komen. Het compenseert ook het vervallen van het individueel bezwaarrecht.’ Wie het voor burgers kosteloze advies moet betalen, vermeldt het ATR niet.

Lees ook

Bedrijven in dubio over transitie dc-pensioen

 

 

Ook werkgevers moeten keuzes maken voor het nieuwe stelsel. Hier mist het ATR een toets op werkbaarheid voor met name het mkb. ‘Het is de vraag of kleine(re) bedrijven en organisaties in staat zullen zijn om de transitie tijdig af te ronden. Zij hebben mogelijk niet de kennis om de noodzakelijke keuzes te kunnen maken en om tijdig hun administratie aan te (laten) passen.’

Implementatie en regeldruk

 

De vierjarige transitie levert veel regeldruk en hoge aanpassingskosten op. Het ATR vraagt zich af hoe het kabinet garandeert dat uitvoerders alles correct implementeren. Als er fouten worden gemaakt, bijvoorbeeld bij het invaren, dan kan dat vervelende gevolgen hebben, zoals een fiscaal ongunstige behandeling van het pensioen, of onzekerheid over de aanspraak. ‘Gezien de enorme impact hiervan op deelnemers en pensioengerechtigden is (…) een groot financieel risico dan niet uitgesloten.’ Dat kan leiden tot claims bij de overheid.

De bedoeling is dat het stelsel eenvoudiger is na de hervorming. ‘Niet duidelijk is waar die vereenvoudiging uit bestaat’, schrijft het college echter. Het wetsvoorstel brengt wel de gevolgen van de invoering voor de regeldruk in beeld, maar niet de structurele gevolgen ná de invoering. Het ATR wil een kwantitatieve analyse daarvan.

Doelen en alternatieven

 

Het ATR vindt het wetsvoorstel nogal algemeen over de gestelde doelen, zoals ‘aanpassing aan de manier van leven en werken in de 21e eeuw’, ‘eerder perspectief op een koopkrachtig pensioen’ en ‘persoonlijker, transparanter en begrijpelijker’. Die zaken moeten concreter worden gemaakt. Het blijft voor deelnemers ook onduidelijk of hun koopkracht vooruit zal gaan. ‘Een nieuw stelsel mag daarover geen onduidelijkheid laten bestaan’, schrijft het ATR.

De vage doelen contrasteren met de zeer gedetailleerde uitwerking van de middelen, constateert het ATR. Dat beneemt het zicht op minder ingrijpende alternatieven, meent het college.

Als voorbeeld van zo’n alternatief noemt de commissie het ‘delen van verantwoordelijkheid voor de koopkracht’ tussen overheid en sociale partners. De overheid kan immers een steentje bijdragen met aanpassingen in AOW of belastingen. Maar ook een 'zuiver premiestelsel' zonder toeters en bellen was een alternatief geweest. Het zou nuttig geweest zijn om uit te leggen, waarom daar niet voor is gekozen, meent de ATR.

Monitoring

 

Een omissie vindt de ATR tot slot het ontbreken van monitoring en evaluatie. Die levert op zich extra lasten op, erkent de commissie, maar ze is toch nodig, gezien de grote gevolgen van het wetsvoorstel. Monitoring zou jaarlijks moeten zijn en al in 2022 beginnen, voor het punt begrijpelijkheid en uitlegbaarheid. Vanaf 2024, als de eerste fondsen overgaan naar het nieuwe stelsel, moeten ook de koopkrachtgevolgen worden gemonitord.

Maatschappelijke akkoorden

 

Het ATR behandelde in 2019 meer dan vierhonderd stukken regelgeving en wetten. Ruim een kwart van de onderzochte regelgeving kreeg een ‘nee, tenzij’-advies, zoals het Wetsvoorstel toekomst pensioenen nu. Positieve adviezen (‘ja’, of ‘ja, mits’) gaf het college in 67% van de gevallen. Bij 6% van voorstellen zei het college onomwonden ‘nee’, waarbij het geen mogelijkheid zag tot reparatie.

Het ATR benadrukt dat het negatieve advies geen uitspraak is over de wenselijkheid van aanpassing van het pensioenstelsel. ‘Het brengt tot uitdrukking dat de onderbouwing van het thans voorliggende wetsvoorstel onvoldoende is voor een goede besluitvorming.’

In het jaarverslag schrijft het college dat recente maatschappelijk en politieke akkoorden, zoals het klimaatakkoord en het preventieakkoord (tegen roken, alcohol en overgewicht), wel vaker erg gedetailleerd zijn, omdat ze recht moeten doen aan de wensen van alle betrokken partijen. Dit heeft tegelijk wel negatieve gevolgen voor de kwaliteit van de onderbouwing en regeldruk, vindt het ATR.